sluiten

delen op

De koningen van Israël en Juda

Als je denkt aan koningen en koninginnen, prinsen en prinsessen, dan komen er vaak plaatjes op van paleizen en sprookjes. Maar in de bijbel is dat een ander verhaal. De twee boeken die helemaal gaan over de koningen van Israël en Juda staan vol verhalen over wandaden, zonden, onrecht en oorlogen. Niet echt sprookjesachtig dus. De boeken gaan over een periode van ongeveer vierhonderd jaar waarin vele koningen opkomen en weer ten onder gaan. De beroemdste koning uit de bijbel, David, sterft aan het begin van deze koningsverhalen. Na een machtsstrijd volgt Salomo hem op. Over deze zoon van David, die bekend was om zijn wijsheden, wordt uitgebreid verteld. Maar tijdens en vooral na zijn regeringsperiode gaat het mis met de eenheid van het koninkrijk. Zoals zo vaak ontstaat er een strijd om de macht. Jerobeam en Rechabeam worden uiteindelijk allebei koning over een deel van het koninkrijk. Zo ontstaan er rond 925 voor Christus twee rijken: een noordelijk tienstammenrijk (Israël) en een zuidelijk tweestammenrijk (Juda). In de tijdbalk kun je zien welke koningen allemaal hebben geregeerd in de beide rijken. (Let op: over de jaartallen zijn de deskundigen het niet eens. De genoemde data die worden genoemd zijn bij benadering.)

Niet sprookjesachtig

In de verhalen over de koningen valt op dat dezelfde thema's steeds terugkeren. Dat komt omdat de verhalen achteraf zijn geschreven met behulp van oudere bronnen. Ze vormen een profetische terugblik op de geschiedenis van de koningen. Er zit een duidelijke geloofsvisie in de koningsverhalen. De belangrijke vraag die de schrijver steeds stelt, is: heeft de koning de HEER met zijn hele hart gediend en heeft hij naar zijn wetten geregeerd? In Juda zijn er redelijk wat koningen die er goed vanaf komen, vooral Hizkia en Josia, die de HEER van harte toegedaan zijn. Maar zij kunnen het tij in Juda niet keren. Over de koningen van Israël heeft de schrijver niet veel goeds te melden. Sommige hadden heel wat aanzien bij de omliggende volken, zoals Omri en Achab, maar dat is niet de maatstaf van het boek Koningen. Vele kwamen aan de macht door staatsgrepen en tot overmaat van ramp dienden zij of de HEER op een verkeerde manier (met beelden) of vereerden ze openlijk afgoden zoals Baäl. Door profeten (let eens op hoeveel profetenverhalen deze boeken bevatten!) werden de Israëlitische koningen vaak scherp tot de orde geroepen. Maar als dat effect had, was het tijdelijk. Daarom zijn de twee rijken uiteindelijk ook ten onder gegaan. In 2 Kon. 17 lees je hoe Samaria, de hoofdstad van Israël, in 722 voor Christus in de handen van de Assyriërs valt, en vooral ook waarom dat gebeurde. Vervolgens zie je in 2 Kon. 25 de val van Jeruzalem, de hoofdstad van het rijk Juda, in 586 voor Christus. De verhalen over de koningen zorgen er wel voor dat je niet alleen sprookjesachtige figuren voor je ziet als je aan koningen denkt.Met het koningshuis van Juda heeft de HEER veel geduld vanwege zijn beloften aan David. De vervulling van die belofte hangt soms aan een zijden draadje, zoals tijdens koningin Atalja, maar God laat 'de lamp van David niet uitdoven'. Daarom eindigt het boek Koningen ondanks de val van Jeruzalem niet helemaal negatief. Koning Jojachin ontvangt gratie in zijn ballingsoord: met het huis van David is de HEER in de toekomst nog meer van plan...
Icon--close Icon--search Icon--sort-alpha-asc Icon--book Icon--bullseye Icon--info Icon--eye Icon--filter Icon--bars Icon--caret-down Icon--caret-up Icon--comments Icon--arrow-left Icon--arrow-right Icon--arrow-up Icon--arrow-down Icon--arrow-right-circle Icon--share Icon--stack Icon--link Icon--rainbow Icon--angel eo