sluiten

delen op

De namen van God

Hoe heet God?

Vader, Schepper, Almachtige, Barmhartige, Koning. In de bijbel komen we heel veel namen en vergelijkingen (vormen van beeldspraak) tegen voor God, die steeds een ander licht werpen op wie hij is. Je zou kunnen zeggen dat het spiegelbeelden zijn, want de beelden zeggen ook altijd iets over de mensen die die beelden gebruiken. Mensen, ook de mensen in de bijbel, hadden verschillende ervaringen met God en zochten naar een naam of een beeld dat bij die ervaring paste. Bijvoorbeeld: 'De HEER was als een rots voor mij, op het moment dat ik dacht dat ik heel diep zou wegzinken.' Of: 'God is voor mij als de schoot van een moeder die mij troost.' Maar als er in de bijbel zoveel beelden van God staan, hoe zit het dan met het verbod op het maken van 'godenbeelden' zoals je in de tien geboden (20:4-5) kan lezen? Dit verbod betekent niet dat we geen beeldspraak mogen gebruiken om Gods trouw te beschrijven. En de godsbeelden die wij in ons hoofd gevormd hebben, zijn niet per se verkeerd. In het begin van de wet staat dat God zijn volk Israël uit Egypte heeft bevrijd. Daarom mag het volk geen andere goden aanbidden dan de God van de tien geboden. De waarschuwing om geen beelden van God te maken, kun je dus zo opvatten: laat je niet onderdrukken of bang maken door godsbeelden. De God van de bijbel is immers een God van bevrijding en niet van bangmakerij! Wij mogen geen houten of stenen beeld maken van God, maar we mogen ook geen innerlijke voorstelling van God maken en denken dat wij hem daarmee kennen. We kunnen God nooit helemaal vatten met onze menselijke ideeën en voorstellingsvermogen. Wat er al te vaak gebeurt, in het heidendom van vroeger en van nu, is dat mensen één kenmerk van God tot het complete beeld bestempelen en dat dan vereren. Zo maak je een zelfbedachte god en dien je eigenlijk (een verlengstuk van) jezelf, en dat is de ergste slavernij die er is. God is altijd groter dan wij denken.

De Naam

God maakt zichzelf in Exodus bekend met de vier letters JHWH. In de Nederlandse vertaling van de bijbel is dat vaak vertaald met 'HEER' in aansluiting bij de Joodse leestraditie. Bij het hardop lezen zeggen Joden meestal Adonai, 'mijn Heer' of Hasjeem, 'de Naam', omdat de naam van God in de Joodse traditie niet hardop mag worden genoemd. Zij spreken de naam van God niet uit, omdat je het geheim van God niet moet willen grijpen. Alsof je precies weet wie God is. Maar ook al wordt JHWH niet hardop uitgesproken, de naam is wel veel-zeggend. De Hebreeuwse letters betekenen zoiets als 'hij zal er zijn'. God geeft zich dus niet te kennen met een eenvoudige naam, maar met een werkwoord. Aan Gods daden zullen mensen de HEER herkennen. God is dus niet in één naam of beeld te vangen, maar laat door zijn daden zien wie hij is. God maakt zichzelf dus bekend als 'Ik zal er zijn'. God zorgt voor jou en draagt jou als je het moeilijk hebt. God ziet en hoort jou en wil je bevrijden van alles wat jou gevangen houdt. Ik zal er zijn voor jou,
zo heeft de Heer gezegd.
Ik zal er zijn voor jou
met vrede en met recht. Ik zal er zijn voor jou,
een schaduw aan je zij.
Ik zal er zijn voor jou,
Ik ben er altijd bij. Ik zal er zijn voor jou,
Ik laat je niet alleen.
Ik zal er zijn voor jou,
Mijn licht straalt om je heen. [Dichter onbekend]

Icon--close Icon--search Icon--sort-alpha-asc Icon--book Icon--bullseye Icon--info Icon--eye Icon--filter Icon--bars Icon--caret-down Icon--caret-up Icon--comments Icon--arrow-left Icon--arrow-right Icon--arrow-up Icon--arrow-down Icon--arrow-right-circle Icon--share Icon--stack Icon--link Icon--rainbow Icon--angel eo