sluiten

delen op

Ballingschap

Weggevoerd

'De HEER zal u de overwinning schenken op alle vijanden die u aanvallen: als één man zullen ze op u afkomen, maar naar alle kanten stuiven ze uiteen.' Dat belooft de HEER in Deut. 28:7 aan het volk Israël. Toch worden Jeruzalem en de tempel van Salomo in 586 voor Christus verwoest door de Babylonische koning Nebukadnessar. Hoe kan dat? Wat is er mis gegaan? God belooft zegen aan Israëlieten als ze hem dienen. Maar als het volk hem niet dient, zal hij ze weg laten voeren in ballingschap. Hij zal ze verdrijven uit het land dat hij ze zelf gegeven heeft. Mozes, Jozua en andere leiders en profeten waarschuwen daar steeds voor. Onder de koningen Saul, David en Salomo gaat het nog redelijk goed, maar na het koningschap van Salomo, in de tiende eeuw voor Christus, valt het rijk Israël uit elkaar. Er zijn nu twee rijken: Israël, het noordelijke rijk, en Juda, het zuidelijke rijk.

Israël

Het noordelijke rijk, Israël, wordt in 722 voor Christus veroverd door het Assyrische Rijk. Al eerder waren er groepen van de bevolking weggevoerd door deze Assyriërs, een volk dat bekendstond om zijn wreedheid. De tien stammen zullen nooit meer als geheel terugkeren naar hun land.

Juda

Het zuidelijke rijk Juda, dat uit de andere twee stammen bestaat, valt 136 jaar later in handen van de Babyloniërs. Nadat er al twee grote deportaties van bevolkingsgroepen hebben plaatsgevonden worden Jeruzalem en de tempel in 586 voor Christus verwoest. Opnieuw wordt een grote groep Joden weggevoerd in ballingschap.

Diaspora

Aan het einde van de zevende eeuw voor Christus groeit de macht van de Babyloniërs. Zij verslaan de Assyriërs, die bijna driehonderd jaar over hun wereldrijk hebben geregeerd. De Babyloniërs, op hun beurt, regeren minder lang, nog geen zeventig jaar. Hun rijk wordt onderworpen door de Perzische koning Cyrus. Onder de regering van de Perzen krijgen de Joden veel meer vrijheid. Alle ballingen mogen van koning Cyrus terug naar hun land en hij geeft opdracht de tempel van Salomo te herbouwen. Bijna vijftigduizend mensen gaan terug. Daarmee wordt de belofte van God vervuld. Hij had gezegd dat het volk terug mocht keren naar hun land, als de mensen berouw zouden hebben en hem weer wilden dienen. De Joden die niet terug willen, mogen zich van koning Cyrus vestigen waar ze maar willen in het Perzische Rijk en krijgen burgerrechten. Veel Joden doen dat en zo ontstaan er Joodse gemeenschappen in het hele Perzische Rijk. De diaspora, de 'verstrooiing' van het Joodse volk buiten Palestina, is begonnen.

De tempel herbouwd

Door tegenwerking duurt het nog wel ruim twintig jaar voordat de tempel herbouwd is. In 515 voor Christus wordt de tempel ingewijd. Meer dan vijftig jaar later, in 458 voor Christus, komt Ezra in opdracht van koning Artaxerxes naar Jeruzalem om de wet van God opnieuw in te voeren. Dertien jaar later volgt ook Nehemia die de leiding op zich neemt van de herbouw van de muren van Jeruzalem. Samen zorgen ze voor herstel en naleving van wetten op godsdienstig en sociaal gebied en herstel van de Joodse gemeenschap.

Alexander de Grote

Maar vrij is het Joodse volk nog steeds niet. Het Perzische Rijk houdt ruim tweehonderd jaar stand. In 331 voor Christus vernietigt Alexander de Grote met een bliksemoorlog het Perzische leger en is het Griekse Rijk een feit. Maar niet voor lang. Want na de dood van Alexander, acht jaar later, wordt het Griekse Rijk in vieren verdeeld onder zijn belangrijkste generaals. Er komt nog veel strijd en vervolging voor het Joodse volk in de eeuwen daarna. (Kijk voor een overzicht van de verschillende rijken op de themapagina bij het boek Nehemia).
Icon--close Icon--search Icon--sort-alpha-asc Icon--book Icon--bullseye Icon--info Icon--eye Icon--filter Icon--bars Icon--caret-down Icon--caret-up Icon--comments Icon--arrow-left Icon--arrow-right Icon--arrow-up Icon--arrow-down Icon--arrow-right-circle Icon--share Icon--stack Icon--link Icon--rainbow Icon--angel eo