sluiten

delen op

De tempel van Salomo

In 2 Kron. lees je dat Salomo de tempel bouwde in Jeruzalem. Salomo begon met het bouwen aan de tempel toen hij ruim drie jaar koning was, rond 969 voor Christus. De tempel moet een heel groot en mooi gebouw zijn geweest. Hij had (afgerond) ongeveer de volgende afmetingen: dertig meter lang, tien meter breed en vijftien meter hoog. Voor de tempel was een hal van tien meter breed en vijf meter lang. Volgens 2 Kron. 3:4 was deze voorhal zestig meter hoog, maar dat is zeer waarschijnlijk een schrijffout omdat de tempel zelf maar vijftien meter hoog was en de Hebreeuwse tekst hier bovendien niet goed loopt. Waarschijnlijk was de hoogte van dat voorvertrek dan ook zes meter in plaats van zestig. Salomo zorgde dat de tempel na zeven jaar klaar was. Als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld bouwprojecten in de middeleeuwen, waarbij men soms tientallen jaren aan een gebouw werkte, dan is zeven jaar voor de bouw van zo'n bijzonder gebouw ontzettend kort. Je kunt je dus voorstellen dat dit een project van enorme omvang was. Salomo liet dan ook 153.600 (!) buitenlanders die in Israël woonden hieraan meewerken. Buiten de tempel stond een enorm bronzen watervat dat 'de Zee' werd genoemd. Dat vat werd door de priesters gebruikt als ze zich volgens een bepaald voorschrift moesten wassen. Het vat had een omtrek van vijftien meter, was tweeenhalve meter hoog en werd ondersteund door twaalf koperen runderen, die allemaal met hun kop naar een van de vier windrichtingen lagen. De hogepriester was een belangrijke man. Hij mocht als enige één keer per jaar op Grote verzoendag de heiligste plek van de tempel binnengaan, het allerheiligste. Hij droeg een borsttas waar twaalf kostbare edelstenen op waren gezet. Elke steen vertegenwoordigde een van de stammen van Israël.Achter in de tempel bevond zich het allerheiligste. Dit was een zaal van ongeveer tien bij tien meter. Op deze plek werd de ark van het verbond bewaard. De ark was een vergulde kist waar de stenen tafelen met de wet van Mozes in bewaard werden. Volgens het boek Exodus stond de ark van het verbond eerst in het allerheiligste van de tabernakel. Dat was de tent van samenkomst die de Israëlieten gebruikten voor hun eredienst aan de HEER tijdens de woestijnreis. In de tijd van Salomo was de ark er nog en kreeg zij dus een plaats in het allerheiligste van de tempel. Het 'heilige' was eigenlijk het centrale deel van de tempel. Deze zaal werd door Salomo aangekleed met de mooiste materialen: cipressenhout, edelstenen en zuiver goud. In het heilige stonden tien gouden kandelaren, vijf aan elke kant van de ruimte. De priesters moesten ervoor zorgen dat ze nooit doofden, want ze waren het symbool van Gods aanwezigheid in de tempel. Buiten de tempel, tegenover 'de Zee' (het grote watervat) stond een heel groot altaar. Het altaar was een grote platte steen (van 10 x 10 meter oppervlakte en 5 meter hoog) waar rituele handelingen werden verricht, vooral het brengen van offers. Koning Salomo, die deze eerste tempel in Jeruzalem liet bouwen, was de zoon van koning David. In de bijbel staan veel verhalen over zijn wijsheid, maar volgens de boeken 1 en 2 Koningen keerde hij zich later steeds meer af van God. Hij was uiteindelijk vooral bezig met het uitbreiden van zijn eigen macht, rijkdom en harem (bijvrouwen). Aan dit proces schenken 1 en 2 Kronieken overigens geen aandacht.
Icon--close Icon--search Icon--sort-alpha-asc Icon--book Icon--bullseye Icon--info Icon--eye Icon--filter Icon--bars Icon--caret-down Icon--caret-up Icon--comments Icon--arrow-left Icon--arrow-right Icon--arrow-up Icon--arrow-down Icon--arrow-right-circle Icon--share Icon--stack Icon--link Icon--rainbow Icon--angel eo