sluiten

delen op

De brief aan de Hebreeën

Inhoud

In de titel van dit bijbelboek staat dat het een brief is. Maar als je het boek leest, ga je je afvragen of dat wel klopt. Er staat aan het begin bijvoorbeeld geen groet. Het boek lijkt meer op een betoog dan op een brief. Maar net als in de brieven van Paulus worden de lezers wel aangesproken met 'broeders en zusters' en 'geliefden'. En het boek wordt afgesloten met een slotgroet. Of dit een brief is of niet, wordt dus niet helemaal duidelijk. Bij het lezen zul je trouwens merken dat Hebreeën een van de moeilijkste boeken uit het Nieuwe Testament is. Het boek is geschreven voor een groep gelovigen waarvan een deel het christelijk geloof de rug toe dreigde te keren. Ze kwamen niet langer naar de bijeenkomsten (10:25). Tussen de regels door kun je lezen dat die mensen interesse hadden voor het jodendom. De schrijver wil ze graag bij de kerk houden. Daarom is de vergelijking tussen het jodendom en het christendom hét thema van de brief. De schrijver stopt in zijn eigen boek heel wat teksten uit het Oude Testament. Dat doet hij om te laten zien dat Gods beloften uit de tijd van het Oude Testament met de komst van Jezus uitgekomen zijn. Met Jezus is een nieuw tijdperk aangebroken. God had zijn volk ooit beloofd dat hij opnieuw een regeling met de mensen zou treffen. Hij zou een 'nieuw verbond' met ze sluiten. Volgens de schrijver van Hebreeën is dat nieuwe verbond ingegaan toen Jezus op aarde kwam. Het nieuwe verbond vervangt het oude. Eigenlijk zegt de schrijver dus tegen de lezers dat Jezus de enige weg tot God is. In het boek wordt Jezus steeds 'hogepriester' genoemd. Het gaat bij deze vergelijking om de manier waarop de zonden van mensen vergeven worden. Aan de hand van het Oude Testament laat de schrijver zien dat het jodendom een hogepriester heeft, die in de tempel van Jeruzalem elk jaar een ritueel moet uitvoeren om de zonden van het volk weg te nemen, ze te verzoenen. Deze hogepriester komt uit de familie van Aäron. Hij is dus een 'gewoon' mens. Bij Jezus is dat anders. Jezus is ook hogepriester, maar dan voor altijd. De schrijver gebruikt Psalm 110 om dat te bewijzen. De zonden van het volk hoeven niet meer jaarlijks weggenomen te worden. Met zijn dood heeft Jezus de zonden namelijk eens en voor altijd weggenomen. Hij is geen hogepriester op aarde, maar in de hemel, bij God. Het boek zit zo in elkaar: het eerste deel (1:1-4:13) gaat over Jezus. Hij is belangrijker dan Mozes en de engelen. Ondanks zijn hoge afkomst geeft hij om de mensen. In het tweede deel (4:14-10:18) gaat het over de verhouding tussen het oude en het nieuwe verbond. Ook kom je hier stukken tegen over Jezus als hogepriester in de hemel. Het laatste deel, hoofdstuk 10:19-13:25, bevat allerlei aanwijzingen voor de lezers en een slotgroet.

Ontstaan

Het boek is in het laatste kwart van de eerste eeuw geschreven. Het is niet bekend waar.

Schrijver

Onbekend.
Icon--close Icon--search Icon--sort-alpha-asc Icon--book Icon--bullseye Icon--info Icon--eye Icon--filter Icon--bars Icon--caret-down Icon--caret-up Icon--comments Icon--arrow-left Icon--arrow-right Icon--arrow-up Icon--arrow-down Icon--arrow-right-circle Icon--share Icon--stack Icon--link Icon--rainbow Icon--angel eo