sluiten

delen op

Oorlog in het Oude Testament

Zinloos geweld?

Als je het Oude Testament doorleest, krijg je in sommige bijbelboeken flink wat veldslagen en veroveringen voorgeschoteld. De ene nog bloediger dan de andere. Wat is de rol van het volk Israël hierin? Wat is de rol van God? Als het volk Israël voor de grenzen van Kanaän staat, geeft God het de opdracht om de inwoners van dat land uit te roeien. Dat is wel even slikken. Moeten die volken zomaar sterven omdat Israël dat land moet krijgen? Op deze vraag bestaat geen eenvoudig antwoord. Waarschijnlijk kijken wij er anders tegenaan dan de volken in bijbelse tijden.In de bijbel zelf zijn hierover verschillende geluiden te horen. Soms wordt gewezen op de zonden van de volken die Kanaän bewoonden (Gen. 15:16). Ook wordt het doden van de Kanaänitische volken wel voorgesteld als preventieve maatregel, die moet voorkomen dat de Israëlieten andere goden gaan vereren (Deut. 20:18). Maar dit soort teksten vind je maar weinig. Alles draait namelijk om een ding: God geeft het volk dit land, zoals hij het aan de 'aartsvaders' Abraham, Isaak en Jakob heeft beloofd. Volgens het boek Jozua is God het die voor hen strijdt en de afloop van de strijd bepaalt, zelf hoeven ze daarvoor niets te doen (Joz. 23:10; 24:13).Zomaar oorlog voeren, is Israël dan ook niet toegestaan. Wel krijgt het volk, als het zich eenmaal in het land gevestigd heeft maar zich niet houdt aan Gods geboden, aanvallen te verduren van de volken in Kanaän en de landen daaromheen, zoals de Midjanieten, Amalekieten, Filistijnen, Assyriërs en Babyloniërs. De Assyriërs waren het meest berucht om hun wreedheid. In het gunstigste geval voerden zij hun krijgsgevangenen als slaven weg. In het allerslechtste geval werd bijna iedereen gedood en werd de stad met de grond gelijk gemaakt. Het leger van Israël bestond in de tijd van het Oude Testament vooral uit voetvolk. Pas in de tijd van koning Salomo kreeg Israël strijdwagens. De Kanaänieten, de Filistijnen en de Assyriërs hadden die al eerder. Qua oorlogsuitrusting was Israël dus zeker de mindere van de volken in zijn omgeving. Het is opvallend dat de bijbel relativerend of zelfs negatief spreekt over het bezit van paarden en strijdwagens (zie Hos. 1:7; Jes. 30:16 en Mi. 5:9).In de wereld van het oude Midden-Oosten nam Israël een bijzondere positie in. Bij de profeten lees je dat God geen god is van wapens en geweld. Integendeel, hij belooft ons een toekomst waarin zwaarden worden omgesmeed tot ploegijzers en speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk en niemand zal meer weten wat oorlog is (Jes. 2:4; Mi. 4:3). Wapens in de tijd van het Oude Testament:
  • persoonlijke verdedigingswapens (schild, helm en pantser);
  • de pijl en boog (gemaakt van hout of metaal en van de pezen of darmen van dieren);
  • het mes (kort steekwapen);
  • het zwaard (scherp steek- of slagwapen, soms tweesnijdend);
  • de speer (een stok met aan het uiteinde een brede, metalen punt);
  • de lans (een lange stok waarmee voetvolk iemand van een paard of wagen kon stoten);
  • de slinger (een stukje touw met een leren lap waarmee men een voorwerp kon wegslingeren);
  • de knots (een stok met aan het uiteinde een bal met punten);
  • de stormram (een wagen met een toren waarmee men een stadsmuur kon innemen);
  • strijdwagen (aangevoerd door één of meerdere paarden).
Icon--close Icon--search Icon--sort-alpha-asc Icon--book Icon--bullseye Icon--info Icon--eye Icon--filter Icon--bars Icon--caret-down Icon--caret-up Icon--comments Icon--arrow-left Icon--arrow-right Icon--arrow-up Icon--arrow-down Icon--arrow-right-circle Icon--share Icon--stack Icon--link Icon--rainbow Icon--angel eo