sluiten

delen op

Slavernij in de tijd van het Nieuw Testament

'Weggedoken in de hoek van ieder huis van enige omvang in de Romeinse wereld zat een ding, dat zelf geen huis of gezin had dat hij het zijne kon noemen, zonder enig recht, zonder enige hoop. Het ding was het slachtoffer van iedere gril, de uitlaatklep voor iedere hartstocht, het voorwerp van elke vorm van onbeheerst gedrag, het werktuig van iedere denkbare lust. Hij - of erger nog: zij - zat daar om te worden gebruikt, geslagen, overladen met scheldwoorden, weggeschonken of verkocht, al naargelang het de meester beliefde. Hij had financiƫle waarde, maar geen waardigheid, geen belang als individu, geen status, geen rechtspositie. Dit was de slaaf, het slachtoffer van de meest afschuwelijke instelling die de mensheid ooit heeft bedacht.' (Uit R.E.O. White, The upward calling - Meditations on the Christian life, 1961.)Zo was de slavernij in de oudheid. Een man of vrouw, of een heel gezin raakte in ernstige financiƫle problemen. Om aan het geld te komen om de schuld in te lossen, verkochten ze dan soms iemand als slaaf (zie ook Mat. 18:23-35). Of een land verloor een oorlog, en dan werd de bevolking door de overwinnaars als slaven in bezit genomen. De (Romeinse) overwinnaars verkochten vaak alle overwonnenen die gezond van lijf en leden waren. Ook piraten speelden een rol. Mensen werden ergens op zee of in een land gekidnapt en vervolgens elders verkocht. Het moet vreselijk zijn geweest om op zo'n manier slaaf te worden, maar in die tijd gebeurde het wel. In de samenleving van toen was het normaal dat een slaaf als 'bezit' werd gezien. Je was niet meer van jezelf, je eigenaar mocht met je doen wat hij wilde. Vanaf het moment dat je ge- of verkocht werd, was je met heel je hebben en houden niet meer vrij, niet in je relaties en je tijdsbesteding. Je hele leven was onderworpen aan de wil van je meester. Ongetwijfeld kon je het goed treffen: er waren natuurlijk ook best mensen die hun slaven goed behandelden. Maar toch: je was en bleef onvrij. Paulus schrijft dat slaven die christen geworden zijn zich goed moeten gedragen en hun meester moeten dienen. Hij vecht de slavernij zelf niet aan, maar holt het systeem wel uit in het geval van Onesimus (vs. 10). Filemon moet hem nu als broeder gaan behandelen: gelijkwaardig. Zie ook Gal. 3:28.

Slaaf van Christus

Mensen konden zich in een lang leven van hard werk en minimale verdienste soms vrijkopen; daar was een hele procedure voor opgesteld, die in een tempel werd uitgevoerd. Voortaan was je dan vrij man, maar je heette 'slaaf van Apollo', van Hermes, Jupiter, enzovoort, naar de god in wiens tempel je vrijlating was geregeld. Als Paulus zegt dat hij 'slaaf van Christus' is, bedoelt hij daar echter iets anders mee: hij is dienaar in naam van Christus (1 Kor. 7:22, Ef. 6:6). Voor hem betekent dat dat hij nu werkelijk vrij man is; dat hij in de ontmoeting met Jezus zijn vrijheid echt gevonden heeft.
Icon--close Icon--search Icon--sort-alpha-asc Icon--book Icon--bullseye Icon--info Icon--eye Icon--filter Icon--bars Icon--caret-down Icon--caret-up Icon--comments Icon--arrow-left Icon--arrow-right Icon--arrow-up Icon--arrow-down Icon--arrow-right-circle Icon--share Icon--stack Icon--link Icon--rainbow Icon--angel eo